Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het den jager zóó moeilijk maken, ze onder schot krijgen. Alleen een eerstbeginnende jager kan van meening zijn dat het gemakkelijk gaat jacht te maken op een vlucht wilde ganzen, die buiten op het met sneeuw bedekte winterzaad zijn komen neerstrijken; voor den geoefenden jager is het daarentegen aan geen twijfel onderhevig, dat hij onder gewone omstandigheden nauwelijks op eenig resultaat kan hopen, en hij zal die tamelijk vruchtelooze poging in de meeste gevallen wel niet ondernemen en tijd en moeite sparen.

Hoe bekend in de jagerwereld dit feit is, blijkt reeds hieruit, dat niet • zoo lang geleden in een bekend vaktijdschrift, aan de jacht gewijd, de wilde gans „de vos onder de vogels" werd genoemd, alleen niet zoo vermetel, maar schuw, slim en voorzichtig. Ik ga zelfs nog een stap verder en beweer, dat de wilde gans — natuurlijk de vermetelheid uitgezonderd — in ieder opzicht den vos overtreft, welken laatsten ik trouwens volstrekt niet beschouw als den sluwen vocativus, waarvoor hij volgens de volksoverlevering gehouden wordt. Vooral is dit het geval, wat betreft zijne voorzichtigheid, waakzaamheid, sluwheid en overleg, immers de wilde ganzen zullen iederen akker, waarop zij reeds te voren met goed gevolg beschoten zijn, of waarop een der troep is gelokt in een val, waarin erwten, maïs, gerst was gelegd, onvoorwaardelijk vermijden, en ook andere troepen door angstig geschreeuw op het gevaar opmerkzaam maken. De vos daarentegen volgt zijn gewone pad, zelfs al heeft hem het lood reeds herhaaldelijk in de onmiddellijke nabijheid langs de ooren gesnord, totdat eindelijk het noodlot aan hem wordt vervuld en hij zijn vel aanbiedt, om opgezet te worden.

De voorzichtigheid en de waakzaamheid der wilde ganzen is daarentegen een navolgingswaardig voorbeeld, want nooit zal een troep neerstrijken op een akker — en daartoe worden door hen steeds uitgestrekte velden uitgekozen met een volkomen vrij uitzicht — zonder dat zij zich hebben gevrijwaard

Sluiten