Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat die opvatting volkomen onjuist is, blijkt uit het volgende. Het is op zich zelf reeds een groote ongerijmdheid, dat alle honden, zoodra zij volwassen zijn, tot aan het einde van hun leven ziek zouden zijn, zonder ooit te genezen. Doch het volgende tegenbewijs is onwederlegbaar. Een hond, die op eene wandeling twintig maal zijn poot heeft opgetild, kan zonder eenig bezwaar tien tot twaalf uren binnen 's huis vertoeven, zonder dat hij aan zijne natuurlijke behoeften behoeft te voldoen. Leed hij aan een blaaskwaal, dan zou zijne ziekte zich eveneens met onweerstaanbaar geweld in de woning zijns meesters openbaren.

Wij komen tot een juist begrip van de toedracht der zaak, als wij het volgende in overweging nemen. Voor de voortplanting is het noodig, dat mannetje en wijfje bij elkander komen. Nu zijn er een groot aantal dieren, die alleen in den paartijd samenleven; hoe vinden de verschillende geslachten elkander dus ?

Dat de vogels op een afstand van mijlen ver een soortgenoot zien, is duidelijk te begrijpen. Bovendien zijn er een aantal vogelsoorten, die hun gansche leven bij elkander blijven (zie blz. 44). Doch uiterst moeilijk moet het bij dieren met een slecht gezichtsvermogen zijn, een echtgenoot of in het algemeen een soortgenoot terug te vinden. Zij zouden natuurlijk zeer dwaas handelen, als zij de vereeniging lieten afhangen van hun slecht gezicht. Het ligt veel meer voor de hand en het is veel verstandiger, zóódanige kenteekenen te kiezen, dat deze met hun onfeilbaren neus kunnen worden waargenomen.

Reeds in mijn meermalen genoemd werk „Polyphem und Gorilla" schreef ik 1):

„De honden hebben dus niet daarom die onaangename gewoonte, omdat zij lijden aan een catarrhe van de blaas, maar omdat het een voor hen onfeilbaar middel is, om met elkander in verbinding te treden, en wel voornamelijk om tot de overtuiging te komen van de aanwezigheid van soortgenooten van 1) Blz. 81.

Sluiten