Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zoude gekomen zijn! En in plaats van vol verbazing en eerbiedig te staan tegenover de alwijsheid der natuur, spreken zelfs onze grootste natuuronderzoekers van een „malle gewoonte."

Het is trouwens niet zoozeer te verwonderen, dat schepselen, die niet kunnen schrijven, een verkenningsdienst hebben ingericht. Ieder, die zich met crimineele anthropologie bezig houdt, weet, dat zigeuners en misdadigers, die meestal niet kunnen schrijven, teekens hebben, waarmede zij met elkander overleg plegen. Professor Gross heeft hierover 1) uitvoerig geschreven. Hij zegt onder andere : „Men behoeft slechts mijlpalen, het eerste en het laatste huis van een dorp, kapellen, eenzaam gelegen schuren enz. nauwkeurig te onderzoeken, om een aantal teekens te vinden, waardoor gauwdieven met elkander in correspondentie treden. De nieuw aankomende verneemt daaruit al wat hij noodig heeft te weten, of er in die plaats politie of kwaadaardige honden gevonden worden, aan welke huizen wat wordt gegeven enz."

De honden en de misdadigers hebben dus volmaakt dezelfde wijze, om met elkander in overleg te treden, met dit verschil, dat de mensch teekens voor de oogen kiest, zooals lijnen, teekeningen, daar hij een oogdier is, terwijl de hond als neusdier zijn urine gebruikt, dus neusteekens.

Het is te betreuren, dat er nauwelijks een natuuronderzoeker gevonden wordt, die er een flauw vermoeden van heeft, hoe belangrijk de kennis der postverbinding onder de dieren voor ons is. Slechts bij uitzondering wordt van eene zoodanige gewoonte melding gemaakt en dan nog alleen als op zichzelf staand feit.

De wilde paarden gebruiken, zooals zooeven werd vermeld, hunne uitwerpselen als correspondentiemiddel.

Enkele antilopen smeren de afscheidingsproducten van hunne traanklieren aan de schors der boomen.

1) Ilandbuch fllr Untersuchungsrichter blz. 260. Dr. Th. Zeli., Hebben de ilieren verstand?

12

Sluiten