Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over dit dier schrijft Brehm l):

„Tot nu toe heeft men te vergeefs getracht, het nut van die klierafscheiding voor het dier te verklaren. Dat dit dier van zijne afscheiding niet op dezelfde wijze gebruik maakt als het Amerikaansche stinkdier van zijn ondragelijken stank, en wel om zijne vijanden af te weren, is wel boven twijfel verheven. Waarvoor het die afscheiding zou kunnen gebruiken, behalve als geslachtsprikkel, is niet gemakkelijk te begrijpen."

Het is dan ook duidelijk, dat zij voor dat laatste doel werkelijk gebruikt wordt. Maar in de eerste plaats is de afscheiding een zeer practisch correspondentiemiddel voor een neus lier. Brehm zegt immers uitdrukkelijk: „In vrijen toestand tracht het dier daardoor de afscheiding te doen plaats hebben, dat het zich wrijft tegen boomen of steenen. Men mag wel aan nemen, dat de civetkat daardoor op de eenvoudigste en meest betrouwbare wijze bericht krijgt van de aanwezigheid van soortgenooten."

Bij den bever dient het chyl voor hetzelfde doel. Auduton hoorde van een jager, dat een bever zijn chylzak op een bepaalde plaats ledigde, dat hierdoor een tweede bever naar die plek gelokt werd, die het afgegeven chyl met aarde bedekte en daarop weder het zijne neerlegde en zoo voort, zoodat dikwijls hooge heuvels gevormd werden, die vreeselijk naar chyl roken.

Het muskusdier heeft ongetwijfeld zijn middel tot correspondentie in zijn muskus. Wel schrijft Brehm 2) ; „Of de mannetjes werkelijk, zooals vroeger werd beweerd, tijdens den bronsttijd hun muskusbuidel ontlasten aan boomstammen en andere harde voorwerpen, is nog niet met zekerheid uitgemaakt." Doch na het voorgaande zou het vreemd zijn, als dit niet het geval was.

Men kan met volkomen recht de bewering volhouden, dat

1) Derde druk, Deel I, blz. 550 en 551.

2) Deel III, blz. 95.

12 *

Sluiten