Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dicht te naderen, door den teugel en de dij aan de buitenzijde in te houden, en met de andere het paard te trachten te leiden, steeds daarbij het dier bedarend en kalmeerend toesprekend. De ernst der poging moet voor het paard daaruit duidelijk blijken, dat men niet eer verder rijdt, voordat dit bereikt is, en het paard zich door het beruiken van het gevreesde voorwerp overtuigd heeft van de ongegrondheid van zijn vrees — waarop liefkoozingen en uitdrukkingen van tevredenheid dienen te volgen.

Nog andere voorbeelden getuigen van den fijnen reukzin van het paard. Eenige jaren geleden kon men in de dagbladen het volgende bericht lezen:

Ontdekking van een moord door een paard.

„In de nabijheid van Glasersdorf (Boheme) was een boerenknecht voor korten tijd bezig te ploegen. Plotseling bleef het paard dat voor den ploeg gespannen was, staan en wilde niet van zijn plaats. Daar het dier bovendien ook in andere opzichten zich zeer angstig gedroeg, begon men op die plek den grond op te graven, en stiet men op een grootendeels naakt lijk, waarin men den sedert den herfst van het vorige jaar vermisten slagersknecht Anton Sida herkende. Deze was in die dagen door zijn patroon met eene som van 500 kronen naar Glasersdorf gezonden, om vee te koopen. Op weg werd hij door een onbekenden dader vermoord en beroofd, en hij was tot dien dag vermist gebleven".

Als tegenhanger van die treurige gebeurtenis diene een grappige historie, die jaren geleden te Berlijn plaats greep. Het was in de dagen, dat de dames de lichamelijke schoonheid, die haar door de natuur verleend was, als niet voldoende beschouwden, en die daarom trachtten te verminken door de zoo afgrijselijke „queue". Een dame, op die wijze „opgesmukt", stond op straat druk te redeneeren met eene van hare vriendinnen. Plotseling geschiedde iets zeer onverwachts. Een koetsierspaard, dat achter haar stond, had plotseling in de queue gebeten en

Sluiten