Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenstemmigheid. Nu is het een feit, dat kraaien met voorliefde zitten op hooge, uitstekende punten, waar zij een vergezicht hebben, dat zich mijlen ver uitstrekt, en waar zij in de eerste plaats kunnen waarnemen, wat andere kraaien doen, die op een afstand geplaatst zijn. Zien zij nu, dat een andere kraai snel voort vliegt, dan vermoeden zij niet ten onrechte, dat deze iets in den snavel draagt, waarvan zij kunnen smullen, en vliegen zij haar na. Doch een aantal andere kraaien, die dezelfde gedachte koesteren, hebben eveneens waargenomen, dat zij snel voortvliegt, enz. Zoo wordt op de eenvoudigste wijze verklaard, hoe in korten tijd tallooze kraaien zich op één punt verzameld hebben.

Dat vogels, en wel in de eerste plaats kraaien, niet beter kunnen ruiken dan menschen, daarvoor kan men een reeks van argumenten aanvoeren. Waaruit b.v. maken wij de gevolgtrekking, dat de vos een uitnemend reukvermogen bezit ? Eenvoudig hieruit, dat hij dingen volbrengt, die boven onze krachten gaan en die alleen kunnen verklaard worden door uit te gaan van de onderstelling, dat zijn reukorgaan bijzonder ontwikkeld is. Zoo hebben, om een voorbeeld te noemen, in tallooze gevallen vossen lijken opgegraven op plaatsen, waar menschen zonder iets te vermoeden zijn voorbijgegaan. Zoo heeft zich de vos herhaaldelijk daardoor verdienstelijk gemaakt, dat hij de slachtoffers, door moordenaars in het bosch begraven, weder aan het licht heeft gebracht. Indien de kraai evenals de vos kon speuren, dan zou het eveneens zeer dikwijls moeten geschied zijn, dat zij op begraven lijken was gaan zitten en door in den bodem te pikken getracht had, die te bereiken. Is dit ooit wel voorgekomen ? Zoo dikwijls ik ervaren houtvesters en andere deskundigen daarnaar heb gevraagd, heb ik steeds een ontkennend antwoord ontvangen en nooit heb ik iets daarvan gelezen.

Een krachtig verdediger van de hier uitgesproken meening

Sluiten