Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij het schieten van vogels de windrichting een rol speelt, heb ik persoonlijk nooit kunnen waarnemen. In ieder geval moet men rekening houden met wat op blz. 205 en 2c6 wordt gezegd. Ook dit getuigt dus tegen een krachtig ontwikkeld reukorgaan.

In de tweede plaats hebben alle dieren met een goed reukorgaan een vochtigen neus. Dit is de natuuronderzoekers niet ontgaan. Brehm zegt dan ook l): „Men dient wel in het oog te houden, dat alle dieren, die goed kunnen speuren, vochtige neuzen hebben enz." Vogels nu hebben geen natten, bewegelijken neus, de neusgaten zijn volkomen droog.

In de derde plaats wensch ik nog te wijzen op de volgende omstandigheid. Alle dieren, die uitstekend kunnen ruiken, hebben den neus onmiddellijk voor het gebruik gereed, en gebruiken dien ook voortdurend. Men lette maar eens op een hond, en zie dan eens, hoe zijn neus voortdurend bezig is. Zou het werkelijk toeval zijn, dat de dieren met een scherp reukorgaan voortdurend snuffelen en daarmede alles beruiken, in de eerste plaats andere dieren, terwijl de vogels, niettegenstaande hun zoogenaamd scherp reukvermogen, er nooit aan denken iets dergelijks te doen. Geloove het wie wil; ik voor mij kan het niet!

Hoe gemakkelijk is het bovendien voor den hond, dat hij de neusgaten steeds onmiddellijk op den grond kan hebben. Grootere dieren, zooals paarden en herten, kunnen eveneens ten gevolge van hun langen hals zonder moeite den neus op den grond brengen. Vergelijk nu eens daarmede de ongelukkige ligging der neusgaten bij de vogels : niettegenstaande alle inspanning is het hun onmogelijk, die, zooals de hond of de vos, op een spoor te brengen.

Bovendien wijzen wij nog op de volgende omstandigheid: Alle dieren met een goed reukorgaan geven in den paartijd bijzondere geuren af. Hiervan is bij vogels nooit iets waar te nemen. !) Brehm, Deel I, blz. 17.

Sluiten