Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keiijker worden waargenomen, als de dieren niet een verbazenden plaatszin bezaten. Daar de cultuurmensch dien plaatszin niet meer heeft, meent hij, als hij ziet, dat een paard zonder moeite den stal binnen loopt of zich over de straat beweegt, dat hij dit alleen kan volbrengen door middel van zijn gezicht.

Doch afgezien hiervan, zal zich een blind mensch in een hem nauwkeurig bekende omgeving anders gedragen dan een blind paard of een hond met hetzelfde gebrek. Als ik een blinde spijs en drank voorzet, zal hij tasten en andere bewegingen met de hand maken evenals een ziende, om zich te overtuigen van de aanwezigheid der opgezette spijzen. Van dit alles is bij de genoemde dieren niets te merken.

Het is dus duidelijk, dat de oogen bij de menschen een veel grootere beteekenis moeten hebben dan bij de honden en paarden, en dit is dan ook werkelijk het geval.

Ook de beer behoort tot de dieren, waarbij de neus van veel grooter beteekenis is dan de oogen. Men vergelijke voor de beteekenis van den neus van den beer hetgeen op blz. 83 gezegd is. Hoewel het dus voor een gevangen beer tamelijk onverschillig is, of hij kan zien of niet - blindheid is voor den beer niet veel erger dan voor den mensch een verkoudheid in den neus, waardoor hij volstrekt niet kan ruiken — heeft men toch niet geaarzeld, ook beren te opereeren. Brehm beschrijft een geval, dat een Amerikaanschen beer betrof, in de volgende bewoordingen 1): „In den laatsten tijd zijn dikwijls Amenkaansche

beren bij ons gebracht. De gevangen beren onderscheiden zich in

wezen en gedrag niet merkbaar van hunne Europeesche verwanten. In den Londenschen dierentuin zijn er twee van deze, die ook reeds in de veeartsenijkunde een groote rol hebben gespeeld. In hun jeugd werden zij door een ernstige oogontsteking aangetast, die hen volkomen blind maakte. Uit medelijden, en ook om den invloed van chloroform op die dieren na te gaan, besloot men,

1) Deel II, blz. 173.

Sluiten