Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze van het cataract te lichten. Nadat de beide patiënten van elkander gescheiden waren, legden de oppassers bij ieder dier een stevigen halsband aan, en trokken door touwen den kop van den reuzenbeer tot dicht aan de tralies, om hem zonder vrees de met chloroform gedrenkte spons onder den neus te kunnen houden. De uitwerking was boven verwachting snel, en na enkele minuten reeds lag het geweldige dier buiten bewustzijn en zonder beweging als dood in zijn kooi, en de oogarts kon thans gerust de kooi binnengaan, den vreeselijken kop naar willekeur verleggen en de operatie volbrengen. Toen men juist de kooi donker gemaakt had, werd het dier wakker, tuimelde nog als dronken heen en weer en scheen des te minder zeker te zijn, naarmate het meer tot bewustzijn kwam. Langzamerhand echter scheen het te bemerken, wat tijdens zijn slaap met hem was gebeurd, en toen men den beer na enkele dagen weer onderzocht, was hij zich bewust geworden, dat hij het gezichtsvermogen had teruggekregen en scheen hij zich blijkbaar te verheugen in het licht van den dag, of in ieder geval het verschil te herkennen tusschen den vroegeren, voortdurenden nacht en het tegenwoordige heldere daglicht."

Hier ziet men nu eens duidelijk, hoe zelfs een zoo voortreffelijk natuuronderzoeker en waarnemer der dieren als Brehm zich niet kan vrijmaken van vooroordeelen. Overal gluurt het ongelukkige anthropocentrische standpunt om den hoek, waarbij alles beschouwd wordt van het standpunt der menschelijke zintuigen. Hoewel hij zelf er op gewezen heeft, dat het gezicht van den beer slecht is, beweert hij toch, dat de geopereerde beer „zich blijkbaar verheugt in het licht van den dag"; doch dit komt hem zelf toch ook vreemd voor, waarom hij er onmiddellijk aan toevoegt, dat deze in ieder geval het verschil herkent tusschen den vroegeren, voortdurenden nacht en het tegenwoordige heldere daglicht, wat natuurlijk alleen juist is in de onderstelling, dat het oog der dieren op dezelfde wijze is ingericht

Sluiten