Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij voor uw bestaan noodig hebt. Hebt gij horens, dan hebt gij geen scherp gebit noodig; hebt gij een goed reukorgaan, dan hebt gij geen goede oogen noodig; kunt gij klimmen, zwemmen, graven enz., dan behoeft gij niet bijzonder goed te loopen, kunt gij rennen, dan is het overbodig, goed te kunnen vliegen enz. Daarom kan dan ook het stinkdier noch goed loopen noch klimmen; het vindt immers bescherming in zijne stinkklieren. Zoo ook is de koningsslang (Boa Constrictor) niet vergiftig, omdat zij een ontzaglijke spierkracht bezit.

Het beste bewijs levert echter de mensch, die van nature geen voortreffelijk looper, zwemmer, klimmer enz. is, doch die door oefening dit alles kan goed maken.

Zoo is ook het verstand der apen zooveel geringer, daar hun kracht en hun handigheid voldoende zijn voor hun bestaan. Op zich zelf toch zou er geen reden zijn, waarom de aap niet hersenen had als de mensch. Het is geen toeval, dat dit niet het geval is. Geen athleet zal ooit de kracht verwerven, die een gorilla heeft, maar omgekeerd zou een grootere ontwikkeling van de hersenen der anthropomorfe apen alleen ten koste van hun lichaamskracht kunnen geschieden.

Gehoornde dieren en dieren met een sterk gebit.

Het meest heeft mij verbaasd, dat de oude regel: „Geen enkel dier met een scherp gebit heeft horens, en omgekeerd geen dier met horens heeft een scherp gebit" zooveel bestrijders heeft gevonden. Oskar Hom zoowel als Rothe zijn beiden overtuigd van de onjuistheid dier wet, hoewel die reeds bij Aristoteles te vinden is.

Oskar Horn maakt namelijk de bedenking, dat het voordeel van horens alleen betrekkelijk is, daar vele herten, wier gewei in elkander verward is, ellendig te gronde gaan. Ook komt het, zegt hij, dikwijls voor, dat terwijl twee sterke bokken aan het vechten zijn, een jonge, zwakkere bok in het geheim het loon

Sluiten