Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het planteneters zijn. Hun gebit kan niet slecht zijn, daar zij

geen horens hebben.

Omgekeerd zijn er herkauwende dieren, die niettegenstaande

hun gebit zwak is, slecht kunnen grazen, zooals b.v. de giraffe.

De eland is volgens Brehm in het geheel niet in staat, gras te

eten. Met ziet, dat een sterk of zwak gebit niets te maken

heeft met het eten van planten.

Ook de stelling, dat er geen roofdieren zijn met horens, is onjuist. Men zegt, dat de zaagvisch met zijn zaag zelfs den walvisch aangrijpt, en dat de narwal met zijn langen tand zich op buit werpt. Beide hebben slechts een zwak gebit. De zwaardvisch xiphias— vooral niet te verwarren met de zwaardvisch orca, die tot de walvischachtige dieren behoort — heeft een puntige verlengde bovenkaak, waarmede hij een geweldige opruiming houdt onder de kleine visschen. Terwijl de xiphias een zwak gebit heeft, bezit de orca, die noch een zwaard noch een horen heeft — de naam zwaardvisch is afkomstig van de lange zwaardvormige vin, die uit vet bestaat — een huiveringwekkend gebit, waarvan men zich in enkele zoölogische tuinen kan overtuigen.

Een sterk bewijs levert het muskusdier. Het heeft het uiterlijk van een hert, maar het heeft geen gewei. Waarom ? Ik

beweer dat het, omdat het groote, vooruitspringende hoektanden heeft, waarmede het zijne vijanden pakt, geen horens of gewei behoeft te bezitten. Mijne bestrijders kunnen voor dat merkwaardige ontbreken van ieder wapen aan den kop bij een planteneter, die tot de herten behoort, geen enkelen grond aangeven.

Het gemeenschappelijk optreden van oogdieren en neusdieren.

De dieren als wachters en waarnemers. Het gemeenschappelijk optreden van oogdieren en neusdieren komt het duidelijkst uit bij het gedrag van den kievit i).

1) Zie Norddeutscbe AUgemeine Zeitung 1902, No. 251.

Sluiten