Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is in Duitschland gewoonte, die toeschouwers bij het skaatspel, die onder het spel medespreken, met den naam van kievit te betitelen. Daar nu zelfs een zoo beroemd zoöloog en waarnemer der dieren als Professor Marshall in Leipzig verklaart, dat hij niet begrijpt, welk verband er bestaat tusschen die toeschouwers en den bekenden vogel l), meen ik, dat het den lezer belang zal inboezemen, aangetoond te zien, dat die uitdrukking afkomstig is uit het jagersleven en werkelijk den spijker op den kop slaat.

Doch ik wil de zaak niet oppervlakkig behandelen, maar van deze gelegenheid gebruik maken, om te doen uitkomen, dat de mensch er zich niet zoo op behoeft te verhoovaardigen, dat hij gebruik maakt van de dieren om uit de diensten, die deze bewijzen, voordeel te trekken. Immers ook de wilde dieren vinden onder andere dieren wachters en waarschuwers. En bovendien hebben zij boven de menschen dit voor, dat die diensten vrijwillig en voor niets worden verleend.

Hoe kan nu echter een dier wachter zijn voor een geheel andere diersoort, zou men kunnen vragen. Kan het dier niet zelf oppassen, opdat een verkeerd geplaatst vertrouwen op andere dieren niet ten verderve leide.

Het antwoord op die vraag is eenvoudig. De viervoetige bewoners van den beganen grond kunnen de gevaren nooit zoo vroeg waarnemen als de vogels die in de lucht vliegen of de dieren, die op de boomen huizen, zooals apen enz. Het moet daarom voor het hert zeker aangenaam zijn, als het krijschen van den meerkol het sein voor hem is, dat een mensch nadert.

Bovendien zijn de vogels, zooals reeds herhaaldelijk is opgemerkt, oogdieren, terwijl het wild bijna uitsluitend neusdieren zijn.

Nu wordt het duidelijk, zooals ik in mijn boek „Polyphemus en gorilla" heb geschreven, waarom struisvogels en zebra's of andere wilde eenhoevige dieren, zoo gaarne samen weiden. Niet 1) In zijn werk „lm Wechsel der Tage."

Sluiten