Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij uitstoot bij het zien van een wezen of voorwerp, dat hem vreemd of gevaarlijk voorkomt, wekt den slapenden krokodil en is voor dezen het sein, zich in den veiligen stroom terug te trekken."

Op eene dergelijke wijze waarschuwt de ossenpikker, de voortdurende begeleider van neushoorns, buffels en dergelijke, die dieren voor dreigende gevaren. Brehm l) zegt uitdrukkelijk: „Dat in het wild levende dieren er zich langzamerhand aan gewennen te letten op de waarschuwing van den ossenpikker,

is zeer goed te begrijpen."

Ook de apen schijnen tot de uitstekende waarschuwers te behooren ; zij wijzen vooral de tijgerjagers door hun geschreeuw aan, welken weg de vluchtende tijger volgt. Doch de beste wachters vindt men zonder uitzondering onder de vogels.

De zwaluwen waarschuwen voor roofvogels. Dat zelfs zoo flegmatieke dieren als de elanden met opmerkzaamheid letten op de geluiden der vogels, werd voor enkele jaren door een Oostpruisischen houtvester in een jagerscourant geschreven. Hij zegt o. a.: „De elanden hadden zich door het gedrag van den uil niet laten storen. Zij kennen immers zijne woelige natuur. Alleen toen het gekras begon, schrikten ook zij op, daar zij wel wisten, dat dezelfde omstandigheid, die het evenwicht van den uil verstoort, ook in staat is, onder bepaalde omstandigheden hun zelf onaangenaam te worden."

Doch geen enkele vogel kan in waakzaamheid met den kievit vergeleken worden. Want in tegenstelling met andere vogels waarschuwt hij de andere dieren uitdrukkelijk voor den jager. Ook hier wil ik mij op Brehm beroepen, bij wien men kan lezen 2): „Hoe meer men zijn aandacht vestigt op den kievit, des te meer wordt men overtuigd, dat hij een zeer slimme vogel is. De waakzaamheid, die den jager ergert, strekt den

1) Deel V, blz. 410.

2) Deel VI, blz. 249.

Dr. Th. Zei.l, Hebben de dieren verstand? 16

Sluiten