Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zelfs van kleinere apen zooals den makako en den groenen aap, wordt iets dergelijks verhaald.

Hartmann verhaalt van een baviaansoort het volgende: „De inboorlingen bekommeren zich over het algemeen weinig om den baviaan, hoewel zij van tijd tot tijd een jong exemplaar vangen en groot brengen. In één opzicht echter schijnen die bavianen de inboorlingen lastig te worden, en wel als zij water willen halen. De bavianen dalen van de bergen, waarvan enkele dunne waterstralen naar beneden druppelen, naar de vlakte af, en drinken hier uit de beekjes en regenwaterpoelen. Nu verzekeren de inboorlingen in vollen ernst, dat de meisjes onder hen niet zelden door oude bavianen worden aangegrepen en mishandeld. Daarom gaan, wanneer men nog halve kinderen naar de waterplaatsen zendt, steeds eenige jonge mannen tot hare bescherming mede, gewapend met lansen en andere slingerwerktuigen."

Al moge bij deze beschrijving eenige overdrijving niet zijn buitengesloten, zooveel is zeker, dat groote mannelijke apen in menagerieën en zoölogische tuinen herhaaldelijk hunne toeneiging voor het vrouwelijk geslacht hebben getoond. Één der afschuwelijkste apensoorten is wel de mandril, die in grootte weinig achterstaat bij den orang-oetan. In den plantentuin te Parijs had zich, zooals Brehm verhaalt 1), een mandril in de dochter van een oppasser verliefd en van zijn jalousie werd een zeer practisch gebruik gemaakt, om hem, toen hij uit zijn kooi was losgebroken, en veel onheil stichtte, weder in de gevangenis terug te brengen. „Hij had alle pogingen, in goedheid aangewend, doen schipbreuk lijden en reeds enkele van zijne oppassers gewond, toen de slimste onder hen op de gedachte kwam, den aap door zijn eigen hartstocht in de gevangenis terug te lokken. Aan de achterzijde van de kooi bevond zich een kleine deur; daarachter moest de dochter van den oppasser gaan staan, en wel zóó dat de aap haar kon zien. Nu kwam één der oppassers 1) Deel I, blz. 171.

Sluiten