Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij zich hebben. Men moet aannemen, dat zij dat uitsluitend doen om de huishonden te lokken. Het voorgaande maakt het moeilijk te verklaren, waarom zoo zelden op het platte land teven als huishonden worden gebruikt. De last, die veroorzaakt wordt door het ter wereld brengen van jongen, wordt rijkelijk opgewogen door de grootere veiligheid, die de teef als waakhond biedt."

Ook professor Jager houdt zich in het reeds genoemde werk l) met dit onderwerp bezig, en maakt daarbij de volgende mededeelingen openbaar van een zekeren Dr. M.

„In het jaar 1851, toen ik toevallig in Pest was, kwam de beroemde Amerikaansche paardentemmer Rarey daar aan, om zijne voorstellingen te geven, waarin ik levendig belang stelde. Daar ik Engelsch spreek, deed Rarey mij een aantal vertrouwelijke mededeelingen. Hij temde de wildste paarden, zoowel in de stallen van particulieren, als over dag in den circus, doch alleen in tegenwoordigheid van sportmannen. Zij zeiden mij, dat van de vijf zintuigen van het paard het oog het slechtst ontwikkeld is; beter is de bek ontwikkeld, nog beter de hoef, uitnemend het oor, doch het allerbest de neusgaten, de reuk. Hij liet het wildste paard in den leegen circus binnenrennen, waar hij eerst een zakdoek had neergeworpen. Eerst holde het paard als dol op de onbekende plaats rond, en sloeg en beet om zich heen. Plotseling ontmoette het den witten doek op den grond; het deinsde terug, steigerde, sidderde over het geheele lichaam, keerde om, holde verder, doch vermeed voortdurend de plaats, waar de zakdoek lag. Daar die echter niet van plaats veranderde, bleef het paard eindelijk angstig op eenigen afstand daarvan staan, rekte den hals zoover mogelijk uit, berook den zakdoek van uit de verte, en daarna, steeds dichter bij: eindelijk raakte het den doek even met den hoef aan, keerde hem eerst om en wierp hem daarna een 1) Deel I, blz. 330 env.

Sluiten