Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog enkele slotopmerkingen.

In deze laatste afdeeling zullen enkele merkwaardige handelingen der dieren worden besproken, die moeilijk in één der vorige rubrieken konden worden gerangschikt.

ie. Bestaat er eenig verband tusschen het verstand der dieren en hun mensehenmin ? Voor eenigen tijd had in Pankow bij Berlijn de bijzonder moedige vrouw van een tandarts een inbreker vastgehouden, die door haar op heeterdaad was betrapt, doch zij werd door hem met messteken zwaar gewond. Gelukkig zijn de wonden niet levensgevaarlijk geweest. Van verschillende zijden werd nu de verwondering er over uitgesproken, dat de honden, die bij de dame waren op het oogenblik van de misdaad — zij is namelijk een groote dierenvriendin — niets gedaan hebben, om hunne meesteres te beschermen. Al was bij twee van hen om hunne geringe grootte een practische hulp uitgesloten, toch had men zeker van den jachthond verwacht, dat hij zijne meesteres zou hebben bijgestaan.

Hier is echter de volgende opmerking op haar plaats: Het is een merkwaardig verschijnsel, dat vele zeer verstandige schepselen niet er toe aangelegd zijn, om onbesuisd den mensch aan te vliegen. Ten opzichte van de honden beroep ik mij op Brehm, die van de jachthonden en wel meer in het bijzonder van de patrijshonden zegt, dat zij dezelfde lichamelijke en geestelijke begaafdheden bezitten als de andere honden, doch in den regel een zachter gemoed hebben, zij betoonen dan ook meestal nog grootere aanhankelijkheid aan hun meester en weten zich ieders vriendschap te verwerven.

Een geval, dat hierop van toepassing is, werd voor eenigen tijd van rechtswege beslist. Een eigenaar van honden verlangde namelijk vrijdom van belasting voor zijn jachthond, daar hij dien ook als waakhond gebruikte. De ambtenaren der belasting wilden de mogelijkheid hiervan niet toegeven, doch bij rechter-

Sluiten