Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk vonnis werd tot in de hoogste instantie tot vrijdom van belasting beslist, daar, zooals de dagbladen vermelden, volgens de meening van het hoogste rechtscollege niet kon worden ingezien, waarom de jachthond niet voor dat doel kon worden gebruikt. Daar het corpus juris zich niet bezig houdt met de eigenschappen der hondenrassen, is dit vonnis niet bijzonder merkwaardig. In de werkelijkheid echter zal wel niemand tot bewaking zijner bezittingen een jachthond kiezen, daar het reeds lang gebleken is, dat deze niet krachtig genoeg optreedt tegen vreemde menschen.

Nog sterker komt dit uit bij den zoo verstandigen poedel, die zich nooit als waakhond tegen den mensch laat dresseeren. Dit kon de aandacht niet ontgaan van Scheitlin, een der warmste vereerders van dit dier; hij zegt hieromtrent het volgende :

„Merkwaardig is het, dat de poedel des te minder geschikt is als bewaker van een huis of erf, en des te minder tegen vreemde menschen kan worden afgericht, naarmate hij goedmoediger en verstandiger is. Hij bemint en acht alle menschen; wil men hem tegen een vreemde ophitsen, dan kijkt hij slechts zijn meester en den vreemde aan, alsof hij dacht, dat het zijn meester geen ernst kon zijn, hem tegen een soortgenoot op te hitsen. Men zou zijn meester kunnen vermoorden, zonder dat hij dien verdedigde tegen zijn aanvaller.

De humaniteit, om het van een anthropocentrisch standpunt zoo uit te drukken, heeft reeds wat de olifanten betreft de aandacht der ouden getrokken. Plinius verhaalt hieromtrent het volgende: Toen koning Bocchus dertig mannen aan palen had laten binden en dertig olifanten tegenover hen had geplaatst, om ze te verscheuren, konden de olifanten er toch niet toe gebracht worden, den tyran ter wille te zijn, hoewel zij opgehitst werden door menschen tusschen de palen geplaatst.

Evenals bij de menschen de geestelijk hoogst begaafden, zooals de geleerden, zeer weinig geschikt zouden zijn voor

I

Sluiten