Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekken dien plotseling terug en Jworen, of zich iets beweegt. Als zij konden speuren, dan zou het voor hen, evenals voor den das bij een vossenhol, voldoende zijn de opening te beruiken, om te weten of zich slangen in de opening bevinden of niet.

Hieraan knoopt zich de volgende opmerking vast.

Daar wij terecht bevreesd zijn voor den giftand der slang, is het gemakkelijk te verklaren, dat wij dien afkeer overbrengen op alle zich kronkelende dieren, en onder de sluipende roofdieren vooral op de kat. Onder deze maakt bijvoorbeeld de genetkat geheel den indruk van een viervoetige slang.

Een verder bewijs, dat apen niet kunnen speuren, bestaat hierin, dat bijna alle apen, zooals men bij gevangen exemplaren heeft waargenomen, een voorliefde hebben voor tabaksrook, terwijl dieren met een gevoelig reukorgaan zich met walging daarvan afwenden.

Ten slotte is deze proef beslissend. Als een hond of een ander neusdier zich in een gesloten ruimte bevindt, en in de nabijheid geruisch hoort, steekt hij, als hij een opening vindt, den neus daarin, om te weten, wat daar geschiedt. Apen daarentegen doen onder gelijke omstandigheden als de menschen, daar zij de oogen, niet den neus vóór de opening houden. Datzelfde doen ook de bavianen, zooals ik herhaaldelijk heb waargenomen ; ten onrechte leest men in dierkundige werken, op grond van hun hondvormigen snuit, dat zij kunnen speuren.

Het aantal dieren, die niet kunnen speuren, is als men het oog richt op de zoogdieren, niet bovenmatig groot. Onder de dieren met gevoeligen neus zijn, zooals ik reeds opmerkte, diegene de beste speurders, die een bewegelijken neus hebben, dus de olifant, de tapir, het neusdier, het wilde zwijn enz.

Sluiten