Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden door den mensch beschermd en gevoed; het in stand blijven en de voortplanting hangen niet meer af van hun scherp gezicht, en zoo is ook hier het oog afgedaald van zijn oorspronkelijke hoogte, evenals bij den mensch, hoewel hier lezen en

schrijven niet toe hebben medegewerkt .

Hieruit blijkt dus de merkwaardige opvatting van Weismann, dat honden en paarden, die feitelijk slecht kunnen zien, vroeger betere oogen hadden en eerst als huisdieren bijziend, of liever zwak van gezicht zijn geworden. Het is hem dus bekend, dat een groot aantal in het wild levende dieren, die wij hebben opgenoemd, slecht kunnen zien. Het zwakke oog van den haas is bijna spreekwoordelijk geworden, en deze wordt toch door den

mensch niet van voedsel voorzien, maar juist rusteloos vervolgd. Omgekeerd kunnen andere huisdieren, zooals hoenders, duiven enz.

beter zien dan de mensch en dus ook dan de haas. Het is dus volmaakt onmogelijk, dat de redeneering van Weismann juist is.

Met voordacht heb ik dit citaat uit Weismann gegeven, om aan te toonen, dat zelfs geleerden, die zich uit den aard van hun beroep met de waarneming van dieren bezighouden, stellingen neerschrijven, waarbij menig eenvoudig man uit het volk

het hoofd moet schudden.

Het behoeft echter niet te verwonderen, dat men met reeds lang den feitelijken toestand heeft ingezien; immers eerst in de laatste tientallen van jaren zijn nauwkeurige waarnemingen gedaan over de zintuigen der dieren. Bovendien is, zooals duidelijk is aangetoond, de zaak bijzonder ingewikkeld.

Ik heb voor bepaalde, telkens terugkeerende begrippen nieuwe uitdrukkingen moeten formuleeren, die tot nu toe nog niet bestonden, zooals oogdieren, neusdieren, weerbare en vluchtende

plantencters, gebitdieren enz.

Het is een bekende zaak, dat het lang duurt eer bepaalde waarheden ingang vinden. Vroeger hield men den arbeid voor een vloek, thans lacht men over een zoodanige opvatting. Zoo

Sluiten