Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Cyrenaiei, zoo geheeten naar den grondlegger dezer school Aristippus van Cyrene (±435-360), sloten zich ook bij Socrates aan. Deze had „goed" op één lijn gesteld niet „nuttig" en nu vond Aristippus alleen datgene nuttig, wat óns genot schenkt. Zoo werd „goed" = „aangenaam". Aan den sophist Protagoras ontleent hij de leer, dat onze gewaarwordingen niet betrouwbaar zijn. Al noemen we vele dingen gelijk, daarom kunnen de voorstellingen, die we met die namen verbinden, wel ongelijk zijn. Nut hebben slechts die gewaarwordingen, welke lust opwekken.

Dezo genotsleer vindon we bij Epicurus terug ').

Plato, die de oudere philosofen las in zijn jeugd, was van zijn 20ste tot zijn 28ste jaar leerling van Socrates. Had Socrates begripsbepaling als doel gesteld aan de philosofie, Plato vroeg zich af, hoe het mogelijk is, dat wij juiste begrippen kunnen krijgen, zonder dat de ervaring ons die geeft. In de dialoog „Meno" voert Plato Socrates ten tooneele, sprekende met een knaap, die nimmer wiskunde geleerd had. Toch brengt S. dien knaap er toe (zonder hem iets mee te deelen, maar alleen door vragen) het juiste antwoord te geven op een wiskundig probleem. (NI. hoe groot moet de zijde van een quadraat zijn, dat tweemaal zoo groot is als een gegeven quadraat). Daar nu deze knaap dit juiste inzicht niet had ontleend aan de ervaring, achtte Plato het evident, dat hij zich het uit een vroeger bestaan herinnerde. Alle menschen, zegt P., hebben voor hun aardsche leven de ware begrippen aanschouwd. Deze begrippen of i d e e ë n zijn op een gedachte plaats (zónog vorjzóg). Plato nam aan een idee van „den driehoek", „het paard ,

1) Toch heeft E. de genotsleer ontleend aan Democritus. Wijhebben het ons wellicht zoo te denken, dat het idee „ hoogste is genot" in de lucht zat, gelijk men zegt, en dat Epicurus daarom de leer van Democritus overnam, om dit genotsideaal voor te stellen als een logisch gevolg uit oen dogma. Want een dogma was voor Epicurus, wat voor Democritus een natuurwetenschappelijke theorie was.

Sluiten