Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook door ijii&vpilct worden geleid, is de eerste schrede op den weg naar de mindere regeeringsvormen gezet.

Hierover spreekt Plato, Rep. VIII, p. 546 en daarop doelt Cic. II, 6.

Do uitlating bij Cic. I, 80, dat volgens Plato furor noodig is om een groot dichter te zijn, mag vreemd schijnen. Daargelaten, dat Plato uit zijn idealen staat de dichters wenscht te weren, is die furor met aocpia oogenschijnlijk moeilijk te rijmen. Men bedenke echter, dat Plato van nature kunstenaar was en behoefte had aan aanschouwelijke voorstellingen. Zoo vlocht hij graag mythologische verhaaltjes in. Nu neemt Plato, Phaodr. p. 245 A, aan, dat de furor, fiavla, oorzaak is van het ware voorspellen der toekomst, van dichtkunst, van liefde. Daar volgens Pi. liefde gelijk is aan liefde tot hot schoone, en hot schoone gelijk aan het ware en dus do waro liefde wijsgeerig is (hier personifioert Plato: "Eqok) begrijpt men, dat Pi', als kunstenaar zoo iets zegt. Doch do samenhang tusschcn dio denkbeelden is geen logisch verband, hot eene deed hem slechts denken aan 't andore. — Mot het oog op de later te behandelen Stoïsche cosmogonic zij hior vermeld, dat Plato het bestaan van daemonen aannam, die kinderen waren van goden en menschen (cf. Apolog. Socr. p. 27 D).

Plato onderwees zijn philosofie in de Academie, zooals zijn school daarom ook wel wordt genoemd. Eigenlijk was 't oen gymnasium gewijd aan den heros Academus. Deze school ging eerst voort op den weg door P. gewezen. Met Arcesilaus echter en vooral met Carneades, kwam de Academie onder den invloed der scepsis. /H

Onder scepsis (:— twijfel) verstaat men in t bijzonder -don twijfel aan de mogelijkheid tot het verkrijgen van ware overtuigingen. Reeds bij de sophisten hebben we dien ontmoet (5de eeuw v. C.). Aan 't einde van de vierde en in den loop van de derde eeuw waren het Pyrrho (van Elis) en Timon (van Phlius), dio de scepsis in

systeem brachten.

Maar terwijl Pyrrho en Timon op grond van die scepsis volkomen onverschilligheid aanrieden jegens de ervaringen van het leven, gaf Carneades van Cyrene, die in de 3de eeuw schoolhoofd der Academie was, toe, dat_ waaischijnlijke meeningen wel verkrijgbaar waren. Die

Sluiten