Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

I

naliteit. Had men tot dusver een zedelijken steun gehad in de roeping, die men als burger had te vervullen, thans miste men dien en zocht naar de beantwoording van de vraag: hoe moet ik handelen om gelukkig te worden? Wat is het hoogste goed? De Stoa antwoordde: deugd, Epicurus: genot; de nieuwe Academie onthield zich van een bepaald antwoord, doch overwoog het voor en tegen van elke zaak. Het was vooral met het oog op moeilijkheden in het practische leven, dat Carneades een zekere waarschijnlijkheid mogelijk achtte, zoodat ook de Nieuwere Academie de philosofie dienstbaar maakte aan de practijk. De politieke omstandigheden waren het dus, met de uitbreiding der bijzondere wetenschappen, die de theoretische richting in de philosofie voor een practische deed plaats maken.

De Stoa telt onder hare vertegenwoordigers KleinAziaten, Syriërs en Romeinen. Zeno, van Citium op Cyprus, 340—265, onderwees in de Stoa Poikilé te Athene hoe men zedelijk handelt. Hij schreef niet veel, zoomin als zijn leerling Cleanthes, doch Chrysippus meer dan iemand anders. Wij hebben daarvan niets direct over. Volgens deze oudere Stoïcijnen bestaat 't geluk in deugd, en deugd in kennis van en onderwerping aan de wereldrede. Men leert die kennen door physica te studeeren, en logica is noodig om denkfouten te vermijden.

De Stoïci hadden een afkeer van vage begrippen. Uit indrukken (tpavzaaicu) niet alleen van de buitenwereld, doch ook van 't zieleleven ontstaan mechanisch algemeene j overtuigingen: xoival ivvoiai of zigoArftyeis, die waar zijn. j Maar niet alle ware voorstellingen ontstaan zoo mechanisch. Ook willekeurige redeneering vormt èvvoiai uit ipaviaaiai. De waarheid van zulk een beredeneerde meening of overtuiging hangt van haar kracht af. — De Stoïci zijn materialisten. De ziel is stof. Moreele eigenschappen zijn toestanden der stof. De deugdstof geeft deugd, muziekstof muzikaliteit: zelfs kracht is een soort stof (nvev/ta). Alle eigenschappen zijn nvevfiara, ook de godheid is een nvev/ia.

d

Sluiten