Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet slechts de ziel en do god(en) bestaan uit aether (ook de sterren zijn goden), maar aetherische wezens zijn tevens de halfgoden of daemoncn. Dit zijn zielen van afgestorvenen J). Die daemonen blijven bestaan tot alles aether wordt, volgens den bekenden kringloop. Ze geven voorspellingen en houden zich altijd op in 't luchtruim (zie I, 64). Ook de goden geven wel inzicht in de toekomst 't zij volgens de onder 't volk gangbare meening door de menschen te bezoeken (I, 64), 't zij doordat ze in den beginne alles geregeld hebben, zoodat nu alles naar hun wil verloopt (I, 118). Bij den volksgodsdienst sluit ook aan hun geloof in orakels.

Al deze vreemde denkbeelden beletten niet dat zij speciale wetenschappen beoefenden (II, 47), waarbij ze niet met hun theologie rekening hielden. Vandaar 't verwijt van inconsequentie hun voor de voeten geworpen door Carneades (II, 43 en 44). Het was ook onmogelijk die godsdienstige denkbeelden als resultaat van logisch denken te boekstaven, ze waren immers feitelijk aan de volksopinie ontleend. Toch gaven de Stoïci zich moeite hiermee in 't reine te komen en zoo kreeg men de zonderlingste uitvluchten te hooren (I, 38). Geen wonder, dat binnen de Stoa verschil van meening heerschte. Men had de godsdienstige opvattingen niet bedoeld als verklaringsbeginsel, maar ze in de leer opgenomen, omdat ze zooveel troost gaven. Daarnaast en zonder verband met die religieuze meeningen beoefende menig Stoïcijn een speciaal vak. Als nu Carneades de Stoïcijnen wees op inconsequenties, moesten ze wel goed- of kwaadschiks aan die godsdienstige denkbeelden een logisch cachet geven, dat ze van huis uit \ niet hadden. Het is aardig te zien (I, 12) hoe Posidouius 1 boos wordt door al dat navragen en uitroept: „laat Carneades ophouden zoo aan te dringen." Maar Carneades

1) D. w. z. de zielen van alle afgestorvenen volgens Cleanthes, slechts die van de wijzen volgens Clirysippus.

Sluiten