is toegevoegd aan uw favorieten.

M. Tullii Ciceronis De divinatione

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al is de bestrijding der astrologie in boek II, 87 sqq.

ontleend aan Panaetius, een Stoïcijn, die niet in alles

„orthodox"-Stoïsch was. Hij twijfelde aan de mogelijkheid van divinatio in 't algemeen (I, 5). Zoo verwierpen Boëthus van Sidon en de j o n g e r e Zeno het dogma van den wereldbrand, Antipater geloofde er wel aan. Men moet dus wel bedenken, dat wanneer in het volgende een afwijkende opinie van Posidonius (z.b.) wordt geschetst, dit niets zegt ten aanzien der opinie van de andere Stoïcijnen. Men weet, dat Posidonius Platonische en Aristotelische denkbeelden in de Stoa opnam, en dat ook Antiochus van Ascalon dit deed. Antiochus heet soms Stoïcijn soms Academicus. Hoe de grenzen tusschen de secten verflauwden in Cicero's tijd en al veel vroeger leert Tusc. II, § 15 en de Finib. V, § 14: Hieronymum (100 v. C.) iani cur Peripateticum appellem, nescio; summum enim borium exposuit vacuitatem doloris. Dus was Hieronymus een Peripateticus met Epicureïsche beginselen. Ygl. echter ook

de Fin. II, § 19.

Reeds bij 't schrijven van de nutura deorum wilde Cicero een afzonderlijk werkje in 't licht geven over divinatio als een vervolg op de nat. deor. Daar hij al bij het samenstellen van dit laatste een werk van den Stoïcijn Posidonius ten grondslag had gelegd voor de Stoïsche leerstellingen over de goden, behield Cic. waarschijnlijk dit voor hetzelfde doel als bron in 't vervolgwerkje en daaraan is verreweg het meeste in 't eerste boek ontleend. Nu citeerde Posidonius ook oudere Stoïcijnen n.1. Chrysippus en Antipater, wier meening nie^ altijd strookte met Posidonius' eigen denkwijze, doch dit is Cicero ontgaan. Chrysippus n.1. had de divinatio omschreven (II, § 130) als de kracht, die erkent, ziet en uitlegt de teekenen, die door de goden aan de menschen worden getoond; en ze dient om vooruit te weten, welke gezindheid de goden koesteren jegens de menschen, wat de goden bedoelen met die teekens en hoe men zijn