Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorzorgen kan nemen en zich hoeden. Verder had Chrysippus aan de divinatio als terrein van werkzaamheid toegewezen de res fortuitae (toevallige gebeurtenissen). Antipater heeft deze definitie onveranderd overgenomen. Na hem stond als bestrijder op van deze leer de Academische wijsgeer Clitomachus, die de vraag «telde, wat toch 't speciaal gebied (locus ac materia) was, waarop de divinatio zich bewoog en welke redeneering (ratio) men daarbij volgde (vgl. de fato 11; de div. II, 15); want hij verklaarde niet voldoende te begrijpen wat de Stoïcijnen met res fortuitae bedoelden, daar dit niet overeenkwam met hun leer van het fatum. De Stoa-leerde immers, dat alles een oorzaak had, dat niets kon geschieden of het was vooraf zeker, dat het zou gebeuren op een bepaald oogenblik krachtens de keten van oorzaken, die alles verbindt (II, 7). In zulk een systeem was voor toeval, voor res fortuitae geen plaats.

Zoo veranderde dan Posidonius de Stoïsche leer, om aan Clitomachus' tegenwerping ]) te gemoet te komen.

Als gebied, waarop de divinatio zich speciaal bewoog, wees Posidonius aan res quae fortuitae esse putantnr, dus de dingen, die men hield voor toevallig zonder dat zij het waren. En de ratio ? Die is evengoed in de divinatio als elders, luidt 't antwoord, maar die „redeneering" alleen is niet voldoende. Er is ook nog goddelijke aandrift (impetus divinm) noodig om van divinatio te kunnen spreken3).

1) Si negas esse fortunam ct omnia, quae fiunt qmeque futura sunt, ex omni aeternitate clefinita dicis esse fataliter, muta de/ini tionem tliv ina tioni s, quam dicebas esse rerum fortuitarum.

2) Uit de nat. deor. I, 36 vlgg. blijkt, dat volgens Zeno, Cleanthes

en Chrysippus de vis divina en de ratio identiek waren of verschillende zijden van eenzelfde werkelijkheid: vim divinam in ralione esse positam et in universae naturae animo atque mente, ipsumque mundum deum dicit tsse enz. Clitomachus' eisch wordt nog duidelijker in de fato geformuleerd (§ 11) si est divinatio qualibusnam a perceptis artis proficiscitur? percepta appello quae

Sluiten