Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen divinatio is en als elke gewone wetenschap niets heeft te maken met goddelijke aandrift maar enkel door redeneering de toekomst voorspelt, zooals Solon, Thales, Pherecydes, die voorzagen, dat een tyrannis, een rijke olijvenoogst, een aardbeving komen zouden (I, § 109 en vlgg.)i).

Dit geldt vooral voor Cicero's eerste boek. Het tweede, waarin Clitomaclius' bezwaren worden ontwikkeld en die van Panaetius, is gemakkelijk te volgen. Waarschijnlijk was hier hetzelfde werk van Clitomachus de bron van Cic. als 'tgeen hij in de nat. deor. I. III en de fato gebruikte.

Een groot deel van beide boeken wordt gevuld met voorbeelden uit de geschiedenis en over het augur-wezen, veelal (voor zoover de Romeinsche historie aangaat) aan het uittreksel ontleend, dat Brutus gemaakt had uit de geschiedenis van Caelius, die in 't midden van de tweede eeuw v. C. den 2den Punischen oorlog beschreef.

De philosofen uit de vierde eeuw en vroeger heeft Cic. niet geraadpleegd bij 't schrijven van de divinatione. Waar hij ze citeert of noemt, is 't ontleend aan de directe bron of aan zijn geheugen.

Een chronologische lijst der wijsgeeren, die in dit werk van Cicero voorkomen (behalve Marcus Cicero zelf), is de volgende:

6de eeuw: Xenophanes, stichter der Eleatische school.

Pythagoras, Thales, Anaximander en Pherecydes.

5do eeuw: Socrates, Herac 1 itus, Democritus, Anaxagoras.

1) De term divinatio artificiosa omvat dan alle onderzoek van ex Ut, monstra enz. 't zij met impetus divinus (d. i. divinatio arlif. in engeren zin) 't zij zonder dien impetas divinus (d. i. arlif. praesensio.

Sluiten