Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

familiaris noster. quem ego parem summis Peripateticis iudico, isdem rebus fidem tribuit, reliqua divinationis genera reiecit. Sed cum Stoici omnia fere illa defenderent, 6 quod et Zeno in suis commentariis quasi semina quaedam 5 sparsisset et ea Cleanthes paulo uberiora fecisset, accessit acerrimo vir ingenio, Chrysippus, qui totam de divinatione duobus libris explicavit sententiam, uno praeterea de oraclis, uno de somniis; quem subsequens unurn librum Babylonius Diogenes edidit, eius auditor, duo Antipater, 10 quinque noster Posidonius. Sed a Stoicis vel princeps eius disciplinae, Posidonii doctor, discipulus Antipatri, degeneravit, Panaetius, nee tarnen ausus est negare vim esse divinandi, sed dubitare se dixit. Quod illi in aliqua re invitissimis Stoicis Stoico facere licuit, id nos ut in 15 reliquis rebus faciamus, a Stoicis non concedetur? praesertim cum id, de quo Panaetio non liquet, reliquis

tetische philosofie, was de vriend van Cicero en do leermeester van diens zoon, die zijn lessen te Athene volgde.

6. Cleanthes van Assus inTroas, beroemd Stoïcijn, leerling van Crates. Hij volgde Zeno op als schoolhoofd in de Stoa.

Chrysippus, uit Soli in Cilicië, 280—206, leerling van Zeno en Cleanthes, scherpzinnig en geleerd Stoïcijn.

Dioijenes, uit Seleucia in Babylonië, toen behoorende bij 't Syrische rijk der Seleuciden, leerling van Chrysippus en leermeester van Carneades. Hij kwam in 155 met dezen en Critolaüs als gezant in Rome. De drie geleerden hielden wijsgeerige voordrachten doch moesten daarvoor Rome verlaten

op bedrijf van Cato, die bezorgd was, dat de Rom. jonge mannen door hun leer zouden worden bedorven.

Antipater, leerling van Diogenes, uit Tarsos.

Posidonius uit Apamea in Syrië 135—51 v. C., leerling van Panaetius, een Stoïcijn, leermeester van Cicero (zie blz. 20).

Panaetius uit Rhodus, 150 v. C., is door Cic. als bron gebruikt in II, 87 vlg. Hij betwijfelde ook of alles tot vuur zou worden. De nat. deor. II, 118 ex quo eventurum nostt i putant id, de i/uo Panaetium addubitare dicebant ut ad extremum omnis mundus ignesceret.

nos — d. w. z. de Academici, zooals Cicero.

Sluiten