Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halflicht, gebeden prevelend onder de zware klagende stemmen der priesters, waarvan de klank als kwam opstijgen uit den rossen gloed van het altaar, naar boven wijd uitruischend over de gebogen hoofden, om neêr te zijgen gelijk een damp bezwangerd met sombere en drukkende gedachten. Men had de voeten van den dooden Jezus gekust, gebeeld in was, uitgestald onder een glazen stolp, zich kruisend, zich slaande op de borst. Men had gebiecht en kaarsen geofferd en vele aalmoezen waren uitgereikt.

Op de straten krielden 's namiddags de duizende wandelaars. Op de voetpaden der Calle de Alcala, ') voerend naar het Prado,2) was het als een groote zwarte stroom die langzaam opvlotte onder de stuwende kracht van een zachten wind. Men slenterde als onder den indruk van een zelfde gedachte, kalm, met de bewegingen van menschen die niets om handen hebben, genietend van den dubbelen rustdag in het warme voorjaarsweêr, badend in de zwoelte die van de natgeregende straten opzweefde. En tusschen de golvende rijen der gaanden en komenden schreed hier en daar een vrouw, het hoofd omhuifd met de donkere mantilla of den blanken hoofddoek, gebogen, de vingers nog in elkander gevouwen, die binnensmonds haar gebeden voortzette met een trillende beweging der lippen als iemand die snel telt, onder het geraas der naar het Prado rollende rijtuigen, onder de schelle kreten der jongens die couranten en programma's verkochten, onder de zeurige stemmen der bedelaars, onder dat groote leven van geluiden, het donkere leven der kerken overbrengend op de luchtige en zonnige straat.

Zoo waren Witte Donderdag en Goede Vrijdag voorbijgegaan, Stille Zaterdag gekomen met zijn zorgen voor de ophanden zijnde nieuwe feestdagen, en Zondag eersten

') Naam van een der hoofdstraten.

■') Een buitenboulevard en de grootste wandelplaats in Madrid.

Sluiten