Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

donkere vlekken op den zonnigen bergwand wijzend.

Uit het laatste der aangeduide vierkante gaten kwam een kleine oude vrouw naar buiten; tusschen een arm en de borst hield zij een bosje biezen geklemd, terwijl de handen snel bezig waren andere tot een strookachtig matwerk saam te vlechten. Ze droeg lichte, helder gewasschen, maar oude en versleten kleeren.

— „Moeder Innocenta!" riep het meisje, „hier is een schilder die ons huisje schilderen wil."

— „Kom binnen, heertje," zei de oude, voortvlechtend.

Maar de schilder was al reeds door den ingang verdwenen en stond rond te zien in het laaggezolderde vertrek. Het was een langwerpig vierkante ruimte met afgestompte hoeken. Door den ingang, heenvallend over den drempel, schoot de zon naar binnen als een afgesneden stuk licht en vulde de geheele ruimte met levende weerschijnen; overigens was de uitholling bijna geheel ledig. Tegen den achterwand lag een oude saamgevouwen matras, ineengerold als een slapend beest, en daarboven brandde een klein oliepitje, rossig en onzeker, onder de geelgeworden afbeelding eener Madonna, die vlak van voren voorgesteld, rechtop troonde in haar gothiek gewaad met stijve, gekrookte plooien. Door den wand heen drong het gesmoorde geschrei van een kind, en voor den ingang gonsde in de zon een heir van door elkander warrelende

vliegen. ,

't Werd donker in de ruimte; de vrouw was in den ingang gaan staan en teekende zich met scherpe omtrekken af in het harde lichtraam.

„Beneden zijn de huisjes ruimer, zei de schilder

naar buiten tredend, „'t is erg warm.

— „Mujer!" schreeuwde de oude, de laatste lettergreep met een scherp keelgeluid lang in ^den mond naslepend. „Mujer, geef het heertje een stoel.

') Vrouw.

Sluiten