Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zocht, ging toen op den grond zitten, het hoofd in de schaduw van den muur, en zei: „'t is warm."

De oude mattenmaakster was wakker geworden en begon instinktmatig haar vlechtwerk voort te zetten. Onder haar handen daalde de gele strook neder met de lange kronkels van een slang.

En om hem was het als een zondvloed van licht. De steengrond blonk en klaterde, gezuiverd en vlekkeloos, de bijna rechtzakkende stralen terugzendend als een klare spiegel, met blind makende helderheid; de planten, cactussen en aloë's zwijmden in den trillenden ether, elkaar omarmend in het licht, saamgeloopen met de blonde aarde van den heuvel die haar geledingen uitschoof naar boven; en eenige dwergachtige olijfboomen stonden daar rechtop, met weifelende rondingen, als klompjes smeltende suiker in de zon.

De jonge man was opgestaan, zocht in zijn zak naar een geldstuk en gaf het aan de deerne.

— „Es poco," ') zei ze.

— „Morgen kom ik weêrom," was het antwoord.

— „Morgen zal het regenen, heertje," sprak ze terug. „Maria heeft sinds gisteren hoofdpijn en de vliegen steken van morgen, 't Heeft hier in geen zes maanden geregend, weet u. Mire Usted," vervolgde ze, met de hand over het muurtje heen naar de lucht wijzend, „mire Usted."

Boven de koppen der siërra zweefde een klein wit wolkje met de schijnbare grootte van een mansvuist.

— „We zullen zien," zei de schilder. Hij boog zich naar zijn verfdoos, maar zette die eensklaps weèr op den grond.

Boven den drempel der woning, als een groot stuk licht voorspringend tegen het duister der holte, kwam het wanstaltige hoofd van het gekke kind. Het had den eenen arm heengevouwen om een steen, terwijl de andere languit naar voren lag over den drempel die het ondergedeelte

*) Is weinig.

Sluiten