is toegevoegd aan uw favorieten.

Proza

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine zwarte banier bengelde aan een dwarsstok. En van tijd tot tijd schreeuwden ze alle zes een paar woorden latijn, met groote wijdopgesperde monden, waaruit hun adem opsteeg als een kringelend wit wolkje van rook; achter hen volgde een groep mannen, twee aan twee voortgaand achter het lijkje, gebogen, met de petten in de oogen gedrukt; kin en mond waren weggestopt in donkere mantels, die met een diepe, donkere plooi onder het ovaal van den kop over den schouder was omgeslagen, hun vervolgens laag langs de beenen neêrhing met overdwarse plooien, hun het voorkomen gevend van roovers uit een operette.

Tegenover de kathedraal schoof de stoet tusschen twee donkere huizen een weg in, die met een breede trap opging verder naar boven. Van beneden de plaats kon men den stoet zien klimmen, zich donker afteekenend tegen de sneeuw, met de roode jongens voorop en de zwarte banier schommelend boven de hoofden der mannen, die bedaard opklommen, telkens een trede der trap meer achter zich latend, als een donkere lijn getrokken in de sneeuw. Om hen zag men brokken der stad, zware, donkere huizen met breede witte vlakken beplekt of gesneden door schuine lijnen sneeuw op de voor elkaar schuivende ddkcn.

Boven gekomen sloeg de stoet een hoek om, gaande naar het einde der stad; hij schoof verder langs een eenzame huizenrij, grauwe donkere huizen, dicht aaneengesloten, met verweerde, groene of roodgekleurde deuren. Op het midden der rij, aan een der ingangen zag men twee doodkistjes die tegenover elkander aan de deurposten waren gespijkerd, kistjes voor kinderen, geverfd met een grof blauw; en dwars boven de deur liep een lang bord waarop eveneens een lijkkist was afgebeeld, daarop geschilderd door een benauwde hand, als een vlek dood zwart gedrongen in een onbeholpen, kinderlijken omtrek; en de met geel aangeduide schroeven en handvatsels ver-