Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't \V/as op een Zondag in Juni. De Plaza de los Toros

had de geheele week staan blakeren in de zon, ledig, met gesloten poorten, op een afstand de begoocheling gevend van een reusachtigen oven, met het onheilspellende voorkomen van een gerechtsplaats. En dichterbij, met haar recht rijzenden ringmuur van rooden steen, met haar nagemaakte Moorsche raam- en poortomlijstingen, deed zij denken aan een dakloos bouwwerk dat onvoltooid was gelaten te midden van een braakliggend veld. Nieuwe aanplakbiljetten blonken eraan boven het uitgebleekte overschot van vroegere, en om de terreinen heerschte de drukte van een beginnend feest.

Langs den weg, die met een half uur gaans terug voert naar Madrid, was alles in feesttooi. Voor de withouten, hier en daar met sparregroen versierde barakken van water- en brandewijn-verkoopers, boven de deuren van voorstadachtige kroegjes, hingen de kleurige vlaggen en wimpels, loom en onbewogen in de heete lucht. Tegenover de ingangen der Plaza, aan weêrszijden van den straatweg in het midden doorploegd met een ijzeren spoor, hadden wijven en kerels zich klaar gezet bij manden en handkarren belast met stapels oranje-appelen; en jongens drentelden rond met bundels programma's over den arm, dwars over den weg, dwalend door het zand, wachtend, in de nabijheid

') Plaats voor stierengevechten.

4

Sluiten