Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande van de zitplaatsen, onder herhaald opzien naar de loge waar de president komen moest.

Dan eensklaps klonk van uit de arena het vroolijke geschetter van een marschmelodie, en toen steeg er een ontzettend geroep op dat de muziek overstemde en in zich opnam; men was opgestaan en wuifde met doeken naar de presidentsloge waar een gladgeschoren gezicht telkens overheen kwam, een bleek gelaat met een gelegenheidslachje om de lippen, buigend en lachend met een schitterend vertoon der witte tanden.

— „Daar is de President, God zal hem zegenen,' riep

de boer. , , ...

w't is vier uur precies," antwoordde zijn buurman.

Hij had nog niet uitgezegd, of van den overkant uit de zonzijde kwam een signaal aan, een korte en een lange trompettoon, zooals de lange man ze uit zijn speelgoed gehaald had. En als met één ruggestoot had de menschenhoop in de schaduw zich toen in beweging gezet, zich uitwaaierend, snipperig geworden in de zon, dravend door het perk met uitschoppende beenen. Door de opening in de heining of daarover wippend, begonnen zij de banken te bestormen met wilde haast en in een ommezien gingen de strakke lijnen weg, werden vernietigd onder het gewoel van hun lichamen. En toen ze eindelijk gezeten waren, geleek de zonzijde met de hoofdenreeksen boven elkaar, met de bonte wisseling en warreling in het licht, op een woest weefsel van kleuren, vaag, door den afstand als versleten in het licht. Doch van het plat boven de Toril kwam nu en dan een vonk bliksemend schieten van uit de verte, wanneer een koper blaasinstrument zich spiegelend bewoog in de zon.

— „Daar komen de alguacils" zei de jonge man.

Uit de Stal-deuren kwamen twee ruiters, in een rechte lijn gaande naar de loge van den president. Ze droegen een kort schoudermanteltje over een middeleeuwsche dracht van donker fluweel en een hoed met veêren op het hoofd.

Sluiten