Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlek op de schoft. En in de schaduw langs de schutting joeg hij de toreros achter de verschansing, al doorrennend met wilde wendingen van den kop van links naar rechts, onder de opruiende kreten der toeschouwers, die waren opgestaan van hun zitplaatsen.

— „Al caballo, toro! al otro caballo!"1) schreeuwde men als hij voorbijging, „asientarse, zitten gaan," wanneer hij voorbij was.

Schuins beneden, bijna onder de oogen van den boer, dwong een andere picador zijn paard naar den aanstormenden stier. Met een plof kwamen zij tegen elkaar aan, en uit de hoogte klonk onwillekeurig en wreed, het „hè" uit de borst der ademlooze menschen. Maar de stier was opgesprongen naar den ruiter, schampend waren de hoornen gegaan langs het ijzeren beenstuk, en de lans, afgegleden, vloog dwarrelend uit zijn handen in het zand. Het paard steigerde, draaide onwillig zich af, en met een dwarse beweging van den kop sneed de stier het toen den buik open, snel als met de snede van een operatie. Een kronkelende stroom van bleekroode ingewanden viel in eens onder uit het dier; een levende, vochtig lauwe zak, vol teêre, geheimzinnige, voor het donker bestemde kleuren, schommelde rond tusschen zijn pooten; de stier stampte door, priemstootend in het achterdeel van het witte ros, het schokkend zoo op zijn hoornen, dat de picador, met afgekeerd gelaat, zat op te springen in den zadel. Maar het paard begon te wankelen onder de opheffingen van achteren, zocht den grond met zijn pooten, trapte, warde in zijn eigen ingewanden, en smakte eindelijk tegen het zand, in den zwaren val zijn ruiter medesleurend.

Al de toreros waren toegesneld met hun zwaaiende lappen, vermetel zwenkte Frascuelo voorbij de hoornen, en de dolgeworden stier gleed onder den wuivenden lap

J) Naar het andere paard toe.

Sluiten