Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langs den torero heen, hem bijna rakend aan de ingetrokken lende.

— „Dat was mooi, bravo, Frascuelo!" schreeuwde de jonge man; hij maakte een aanteekening op een stuk papier.

— „Es un maestro, es un gran maestro," !) antwoordde de boer, opgetogen.

Het paard lag te trappen in het zand; men zag den picador ophelpen door zijn knecht, onder den arm genomen, hem met gestrekte beenen overeind zetten als een ledepop. Stijf, zonder gewrichtsbuigingen in de knieën, scharrelde hij naar zijn paard dat overeind was geranseld door een anderen rooden helper; en even daarna kwam het weêr draven langs de schutting, beschimmeld door bloedvlekken, de darmenzak klotsend tusschen zijn pooten, met een jammerlijk vertoon van afgeleefdheid en stomheid; en zijn ruiter zag op naar boven met een dommen, brutalen lach, onder een vurigen storm van uitjouwingen en oorverdoovend fluiten, dat hem in de ooren dringen kwam uit de rijen waar hij langs reed.

— „Moordenaar, dronkaard van brandewijn, slachter!" schreeuwde de jonge man.

— „Weg met dat paard, 't beest is op, er meê naar buiten, 't is schande!" riep de boer, purper van kwaadaardigheid toen het paard onder voorbij ging, voortgeslagen door de chulos.

Vèr buiten de schaduw speelden nu de toreros met den stier, en de zonzijde der arena bewoog en woelde als een kleurenzee vol onnaspeurlijke bewegingen. Rechts op de eigen plaats, lag het eerste paard te zieltogen, met stuiptrekkende en rillende pooten, terwijl uit de wonde in de magere borst een straal donkerrood bloed gulpte en spoot, dat snel wegzoog in het opdrogende zand. Eenige knechten morrelden om hem heen, ontdeden het van den zadel, maar de stier stormde aan, de mannen wipten over

l) Is een meester, is een groot meester.

5

Sluiten