Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schermend met den hals en de pooten in de lucht, gelijk een paard dat ligt te rollen in de weide; doch in eens was het dan op, en rende blind weg, met één natten rooden voorpoot, in de radelooze kracht van zijn stommen doodsangst wild galoppeerend, om weêr te rijzen en weêr te warren, telkens en telkens gestruikeld in den sleep van zijn eigen darmen, totdat het eindelijk bleef liggen in het zand, met lange streken der pooten klappend in de lucht. Stil werden toen zijn bewegingen, al langzamer en langzamer, overgegaan in een reeks kleine, sidderende schokjes; al zachter en zachter trokken de pooten, als de slinger van een klok die gaat stil staan.

— „'Sta muerte') dat is de vijfde!" zei de boer, „wat een beestje, wat een wonder beestje!" herhaalde hij voor zich.

— „'t Zijn er zes, Caballero!" riep zijn buurman die weder een aanteekening maakte.

Te tè schetterde het signaal; men zag twee paarden

bebloed en ontredderd voortslaan door de schutting en den bezwijmden picador wegdragen, hangend tusschen de armen van twee mannen. n o

— „Die gaat naar de infirmerie, non es verdad, padre?" -) vroeg de kleine jongen naast den langen man met het trompetje.

Met zwoegende flanken stond de stier nu stil in het midden van het perk, zwaar en naar adem hijgend tusschen de lijken der doode witte paarden. Vormloos lagen zij gestrooid over den grond, klein en nietig in den dood, met ingevallen buikwanden en slappe, lamme spieren. En waar zij lagen in de zon, gaf de roode blinddoek een vurigen tik tegen den blanken vloer en tusschen hun pooten grommelde de vage rommel der ingewanden, vochtig in het zand dat er droog begon uit te zien onder de heete

l) Hij is dood.

') 't Is niet waar, vader.

Sluiten