Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men boven het vermetele spel van den torero, die zeker en snel werkte met iets of wat van de plompe driestheid van een boer in al zijne bewegingen; maar weêr schoot de stier onder het klappende doek door, het rakend met de hoornen, en woest gloeide zijn geelroode huid wanneer hij gleed langs de sombere bloedkleur van zijn terger.

Uit de zonzijde kwam een handgeklap, toen nog een> toen meer, een hakkelende galop van slaande geluiden kwam aandringen naar de schaduw; en als bezield speelde de kleurige man met den stier op den rand van de groote, donkere halvemaan in het perk, vuurvlammende als ze traden in het licht. Met de hand in de zijde zagen de andere toreros toe naar hun makker, die zijn laatste kunststukken vertoonde, wendde en sprong voorbij de hoornen, terwijl de stier rakelings stormde langs zijn ingetrokken lichaam, stooten gaf in het in de lucht waaiende doek. Eindelijk stapte de torero bedaard weg van den stier, hem over den schouder aanziend met een breeden hoogmoedigen lach, met kleine pasjes, de punt van den mantel die lang achter hem aansleepte in het zand, over den schouder getrokken. En als gebiologeerd bleef het beest staan kijken naar zijn roodglinsterenden plager, die nu met de hand wuivend, aftrok langs de schutting.

De tweede banderillero was teruggekomen, nogmaals gevlucht, was den stier nageloopen, om opnieuw te vlieden over de heining met den hoed in den nek. Maar teruggesprongen in het perk, een eindje verder, had hij zijn stokken eindelijk geprikt in de schouders van het beest, die er dadelijk weêr uitvlogen onder diens plompe, schuddende bewegingen. En rood in 't gezicht, maar lachend, was de nog zeer jonge banderillero nogmaals gekomen met een paar nieuwe banderillas, zenuwachtig geworden onder het brutale jouwen, fluiten en schelden der menigte. Toen was hij vervolgens aangeloopen op het beest, en had hem de stokken in den nek gestoken, allebei aan éene zijde, onachtzaam de klassieke regels verwaarloozend

Sluiten