Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgd door den wijdstappenden espada en de bende glinsterende toreros naar den kant der schaduw.

Weêr draaide en wendde de stier om en langs den torero onder de oogen van den boer. Onstuimig drongen de kreten naar den speler beneden, die kwaad werd, blikken wierp naar boven.

— „Anda a El," riep de jonge man, „hij zal je niet opeten, Frascuelo."

De torero schreeuwde iets terug, terwijl hij oplettend voortging den stier met zijn muleta te vermoeien, telkens zich plaatsend in de stelling, telkens gedwongen uit te wijken voor het aanvallende beest.

Maar op één oogenblik stond het stil, met snuivende neusgaten, de oogen starend naar de roode vaan die langzaam daalde en rees.

— „Ahora, ahora," gilde het nogmaals.

— „Zit stil, muchacho!" '), zei de lange man tot den kleinen jongen.

— „Zou het nu gaan, vader?"

— „Kijk, kijk, jongen."

De degen rees, de stier stootte vooruit, men zag den torero voorovervallen naar de hoornen, toen plotseling ter zijde springen met ledige hand, en het beest stokstijf staan met het roode gevest tusschen de schouders.

De kleine jongen had, toegevend aan een onwillekeurigen drang, even de oogen gesloten, en 't was hem alsof er boven en rondom hem muren oprezen van geluid, die ineen kwamen storten boven zijn hoofd. Naast hem gilde zijn vader als een dronken man, terwijl achter hem de boer stond te schreeuwen met de uitingen van een krankzinnige, ijlende woorden ioslatend als een zieke in koortshitte; hij had zijn hoed neêrgekeild voor de voeten van den espada en noemde hem bij zijn naam met een liefkoozende stem. En rondom en boven de arena renden

') Jongen.

Sluiten