Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de drommen van bezeten geluiden, aaneengesloten, in dichte gelederen. Ze kwamen aanstormen uit de zijde der zon, die woelde als beroerd, als geschud door een windvlaag en botsten te zamen met de aanrukkende scharen uit de ringen der schaduw, waar de menschen opgerezen waren in een zelfden drang, met een zelfde beweging de ruimte streepten met hun armen die in extase grepen en sloegen in de lucht. Hier en daar alleen trilde met een hooge noot een snerpende fluittoon, een rauwe gil gelijk, die doodgesmoord werd in den woedenden chaos.

Beneden liep de stier, met kleine pasjes, waggelend achteruit, den degen in den nek, en den dooder voor zich. Soms rekte hij den kop naar voren, de strot ging op en neêr in een slikkende beweging, als verzwolg hij iets dat hem van binnen kwam dringen in de keel. Benauwd rekte hij nog een paar malen met den nek en viel toen plotseling om, dood in het zand.

Een andermaal begon de krijg der verrukte geluiden. Hoeden en sigaren warrelden van boven neêr om de voeten van den espada, die op een sukkeldrafje, met den afgewischten degen weêr in de hand, wuivend met dankend handgebaar ging langs de schutting. De glimmende toreros liepen allen mede, achter hem aan de sigaren zamelend in hun hoed; bukkend naar den grond, smeten zij de hoeden weêr één voor één naar boven.

Toen schalmeide de muziek boven den Toril; zijn marschtonen kwamen als een overwinningslied achter de aftrekkende en zwakker wordende geluiden; de bontgesmukte muildieren draafden binnen, den stier werd een strik om den hals geslagen, zoo aan den spoorstok gebonden en toen werden de muildieren rondgejaagd door het perk, eenmaal, tweemaal, driemaal, en het doode beest ging in klaterend triomfvertoon over het zand, van de schaduw in de zon, onder de oogen en het schreeuwen der alles toejuichende menigte.

En voor de laatste maal vlamden de kleuren van den

|

i

Sluiten