Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn loomen doodsstrijd, waggelend met het sterke lijf als dronken van de sterke geuren van zijn eigen wegvloeiend leven, strekten rijen van grijpende handen zich uit naar zijn ontzachtbre hoornen, of sjorden en trokken hem aan den machteloos neerhangenden staart. Maar gevoelloos strompelde het beest voorbij, dof in den bloednevel om hem, stervend in de violette tonen van den vallenden avond. Hikkende, brakende, tuimelend over zijn pooten van achteren, zijn evenwicht herstellend met de voorpooten, waggelde hij voort, nu en dan nog even flauw stootend met den kop, wanneer een kwaadaardige hand rukte aan de geweêrhaakte banderillas, of er een poogde los te trekken en te stelen. Eindelijk hield hij stil voor de deur van den Toril, vleide zich daar neêr tegen de schutting, behoedzaam de pooten plooiend, zooals een koe zich neerlaat in eene grazige wei tot rustig herkauwen.

Het ritselen en schuifelen werd almaar luider in de wijde arena, als schoven er slangen tusschen de ringen van opgestane menschen; en terwijl de toreros den stier nog hun kleurige lappen in de oogen zwaaiden, kwamen er golvingen en slingeringen in de zwarte drommen en bieeke gaten werden zichtbaar tusschen de gebroken en uit elkaar vallende massa.

En langzaam, elkander opstuwend, begonnen de toeschouwers de Plaza te verlaten; onder een dof gebrom zakten ze in de kelderachtige trappen, zooals zwarte troebele stroomen zich ontlasten in donkere geulen.

Uit de zonzijde schetterde de muziek haar overwinningslied uit, klaterend in korte noten, terwijl de stier, afgemaakt door een punterillero, door een snellen prik in de hersens, plat lag in het zand, klein geworden in den dood, glibberig en onaanzienlijk. Lijken van doode witte paarden, rood besmoezeld, werden vastgesjord aan den spoorstok, voortgesleept achter de muildieren, onder het klappen der zweepen, om slingerend en rondzwaaiend te verdwijnen in den duisteren Toril.

Sluiten