Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van schildwachten die op post staan. Pralend stonden ze tegen den hemel, die mat glansde in een flauwen weerschijn van smaragd, gestrookt door vale violette windstrepen, verflenst in den stoffigen dampkring. Rustig, als gegoten in brons zaten ze op hun paarden, de roode borst van hun uniform vooruit, machtig in het oog slaand bij de nadering, zwaar rood, als'de bloedplassen op de schoften der stieren.

En de zon daalde achter den falanks, de windstrepen begonnen te vuren en te schitteren, oranje, rood en karmijn.

Aan den weg gekomen, trad de boer in het eerste kroegje, zocht een leêge tafel, zette zich loom, en bestelde een glas aguardiente. Toen wischte hij zich het gelaat met een grooten zakdoek en mompelde hafluid, tot zich zeiven sprekend:

— „Es un barbaridad!" — ')

Dicht aan hem ging nu de trein voorbij met zijn verbrokkelden nasleep. Van tijd tot tijd ratelde nog een enkel rijtuig, haastig doorschietend tusschen de boompjes onder het kloppend geklots der voortgejaagde paarden. In een ervan zag hij de drie espadas zitten, recht in hun pronkerig theaterpak, voorbijvliegend tusschen de zwarte, dun wordende drommen van wandelaars, vluchtig als een plotseling visioen uit een vergane beschavingsperiode. Een oogenblik later weêr draafde een der picadores voorbij, groteske ruiter, half soldaat, half landedelman, half een verschijning uit de dagen der roofridders, half een weggeloopen knecht uit een maskerade of paardenspel, met een gelaat waar het misbruik van sterken drank op te lezen was. En de boer volgde hem met de oogen, zooals hij hoog uitstekend, op en neêr dansen bleef boven de hoofden, met zijn breedgeranden en blauwbepluimden

't Is een schande.

Sluiten