Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duidelijker groeiden de geluiden aan, ze werden ontzettend. Angst overviel den slaper, een beklemming zakte op zijn borst, 't was of twee knoestige handen zijn ribben samenkraken wilden aan de ribbenzijden. Daar kwam een lollende deun opzetten, hij zwaaide en draaide boven den grommenden geluidenchaos, zweeg, viel als vermoeid neèr, maar sprong dan vervaarlijk weer op, en spiraalde naar achteren met een woesten en buitelenden dwarrel. Almaar groeiden de geluiden in kracht, het bange concert werd

al voller en voller; daar kwamen reeksen van rauwe

kreten, luchtstooten wild uit de longen gestuwd, harde ademtochten, heete hijgingen tot geluid geperst, en met hen kwamen galoppeerende en hortende horden van daveverend stampgeluid, klanken van hout op hout en van ijzer op steen. En daar stegen geluiden omhoog, saamgeschroefd tot zuilen van geluid, en verder op ging een andere jubelende kolom de hoogte in, en daar éen en ginder éen, boven een poel van rumoerige kleuren waar alles gloeide in een hel van licht en gedruisch.

Hoort, daar begon de deun weêr, harder, komend van dichterbij. Dat klonk niet vroolijk, daar was een logge, dikke deun door dronken-menschen-kelen bezield geraakt, en opgezwollen van pret in de ruimte uitgeschreeuwd; dat was een lijzige plezierdeun, een uitbundig feestlied met een klacht tot ondergrond, een feestwijs gezongen met een naar neusgeluid ol uitgeklaagd door een houten hobo, een lachen met zoute tranen achter in de keel.

Maar langzaam klaarde de nevel op en door het dunner wordende gordijn kwamen lichten pinken, lange rijen van lichten, dubbele reeksen begon hij te tellen: gele, onbewegelijke gasvlammen, sidderende roode en witte vlammen, blauwe vlammen en maanstralig elektrisch vuur; een stankwalm van gesmolten vet, van brandende talk prikkelde zijn neusgaten en hij voelde de ademwolk van veel menschen. Helderder en scherper begrensde zich de droom; hij begon lange stoeten te zien die donker slingerden,

Sluiten