Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze als moesten hun longen te bersten, voort donderden ze, stampend daverden hun voeten op het asfalt en ze sloegen een bres in het gedrang, op den hamerenden rhythmus van hun wild gezang.

Maar oogcr.blikkelijk rolde de bedding weêr vol en sloot de stroom zich toe.

Kalmer ging het nu voorbij, de opwandelende beweging kabbelde rustig vooruit, 't Waren rustige wandelstoeten, tevreden menschen elkaar verdringend, huisgezinnen opgepropt achter elkaar. Ze schoven vooruit op een luchtig danspasje... vroolijk zagen hun oogen en alles bewonderend, in de rooskleurige gezichten. En ze waren allen met oranje versierd, met geplooide rosetjes of met geverfde immortellenboeketjes. Sommigen hadden van tin gegoten medaljes aan een geel sigarenlintje op de borst gespeld of aan strikjes met de nationale kleuren. Velen hadden kinderen bij zich, ze droegen ze op den arm of sleurden ze aan de hand mede door de volte. Als een wolk van stof steeg de opgewondenheid uit hen, een vol geroezem van blijde stemmen en luchtig slijpende voeten; één gerol van uitgelaten mannenlachen ginder, hier het giegelen en gillen van een vrouw die in het gedrang gekitteld werd, daar het benauwde huilen van een verdrongen kind, dat zich den hoed voor de oogen voelt gekneld en bang wordt van het donkere leven.

Maar hi ha! hi, ha! daar kwam weêr een andere stoet de stikvolte doorslaan en, dadelijk woest geworden en verschrikkelijk, smeet de stroom hem opnieuw tegen de huizen aan.

Weêr was hij tusschen de ruggen in benauwdheid, weer zag hij niets dan de stomme vlekken der ruggen, de dansende en opgolvende schouders, de hoederanden boven botte achterhoofden, met de roode, uitwijkende oorzoomen er onder. Daar keek een kop even om, een rood-gloeiend hoofd met lichtglimpen in de oogen, die gediept en donkerder glommen door den hartstocht der pret, achter zich

Sluiten