Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren hèr. Bovendien was ik terecht gekomen in een groot hotel, een boeren-Escuriaal, waar de waard,.... maar Carajo, zulke dingen vertelt men niet, — zelfs de geestigheden van Sancho hadden geen vat op me, 't leek me of ik levend daar in Aranjuez was ingemetseld, 'k Zat maar te luieren in een schommelstoel, recht door mijn raam kijkend in den stijven kippenloop der straat, kalkwit in de zon, en naar de menschjes die als puuletjes scharrelden in het licht, weinige en dan nog maar even, want 't was heet. Aan het einde in de verte der straat, zag ik een brok van de zware ronde muurmassa der Plaza de los Toros, dat kon het kippenhok zijn, eng bepaald, alles eng, benauwd, al was het er nog zoo wijd; een verstijfde boel als al die nare ceremoniën, als de poppenvormen van het koninklijk bedrijf dat aan Aranjuez zijn kille lusttuinen schonk.

Maar ter nauwernood had, om even eenvoudig te spreken als de voorbeelden die onze goeie Don het arme hoofd hadden op hol gejaagd, ter nauwernood, zei ik, had de blonde Phoebus de gouden tressen van zijn mooi haar gespreid over het hobbelige aangezicht der onmetelijke aarde, ter nauwernood hadden de met duizend kleuren geschakeerde vogeltjes (die in La Mancha niet zijn) met de harp-tonen van hun tongen, op een weeke honingzoete melodie, de komst vermeld der rooskleurige Aurora, die, latend de zachte sponde van haar jaloerschen echtgenoot, zich vertoonde aan de stervelingen op de hooge balkons (dat zijn zeker de bergen) aan den Castiliaanschen horizon of ik verliet evenals de Don, de loome veêren, steeg op mijn negentiende-eeuwsche Rossinante ('t was een bommeltrein) en nam mijn weg dwars door de oude en beroemde vlakten van Montiel neen, zoo ver was ik

nog niet.

Maar een paar uur later ging 't er toch op los, sneed de trein, de oasen verlatend, schokkend met een ondergrondsch geluid van slingerende kettingen, dwars door

Sluiten