Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren, geleek de kolos op den romp van een reus die op zijn lans staat te rusten tusschen het koren in; en de saamgevlochten knoedel boven op het stroodak was als de kam van een helm waaruit de panache is weggerukt.

Toen stoof de trein voorbij tientallen van maaiertjes. Ze gingen achteruit loopend langs het gele koren, dat als een dijk tegen hen aanstond; met lange armzwaaien als op een commando bewogen zij zich, sneden zij met de zeisen de volle garven af.

Tembléque kwam en ging voorbij, andere molens stegen op heuvelkringen uit het veld; langzaam verdwenen ze uit het gezicht in hun houding van peinzende reuzen, en langzaam aan begon het veld weer te dorren tot zijn roode eenzaamheid.

Ik was weêr teruggezakt in den heeten wagen. De dorre adem die uit de vlakte zwoegde, hing in de houten kast. De felle zon sloeg van het land op en brandde neèr op den wagen. Mijn keel was als gezouten. Speekselloos brandde mijn tong tegen het verhemelte aan. Zonder lust lag ik languit op de bank en probeerde te slapen; maar de dorst kwelde, 't was bijna middag, de hitte werd onuitstaanbaar. Daar hoorde ik opeens achter me het natte klokken van vocht; ik sprong op en zag achter me mijn dikken reisgenoot met het hoofd achterover geleund op het wagenschot. Zijn dik gezicht verdween geheel achter een leêren wijnzak. Tusschen de gebruinde spieren van zijn rooden gestrekten hals zag ik den koelen stroom van den wijn dalen. Met volle teugen dronk hij.

Eindelijk, Goddank, hield hij met drinken op, veegde zijn lippen af met den rug van zijn hand, keek op en zag me aan. Een goedige, dikke lach kwam op zijn heele gezicht, in zijn geknepen oogjes, in het bollen van zijn wangen, in het lang uitrekken van zijn mond. Met een snel gebaar stak hij mij den wijnzak toe, en vroeg: „Quiere Usted?" Ik zei niets, maar bracht de tuit aan mijn lippen, deed net als die goedige Sancho het zooeven gedaan

11

Sluiten