Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slagen wordt beloond voor zijn opgedrongen bijstand, weet hij zich te troosten door de gedachte aan den onsterfelijken roem van zijn daden.

En daarnaast, dat vind ik het tweede heerlijke in dat ruime werk, in dat vast gegroeide geesteskind, gaat die andere onsterfelijke man, de schildknaap Sancho Panza, de stevige boer met al de hebbelijkheden van zijn soort en ras, met zijn boersche babbelzucht, naïveteit en uitgeslapen slimheid, met de groote behoeften van zijn zwaar lichaam, eten, drinken en slapen, een stuk menschensoort op en top.

Zoo gaan ze dwalend naast elkander voort, de verrukking en het gezonde verstand, en hoe meer zij dwalen in zich zeiven, dringen zij zich samen; hoe langer ze dolen groeit er uit hun samenzijn een vuurwerk van vernuft en de zegen van een goed hart, het gevleugelde mooi-zijn en de fonkelende vinding.

De trein was nog altijd niet in Alcazar de San Juan, het centrum van La Mancha, waar ik naar toe op weg was. Mijn boer slaapt met gesloten vuisten en open mond, zooals Sancho slapen kon als zijn buik vol was; en de vlakte gloeit.

Met reinen spot van een superieuren geest die een geheele periode belachen wil en kan, dacht me zoo, heeft Cervantes de groote kale armoede van La Mancha, die nuchtere werkelijkheid, gezet tegenover den pronkzuchtigen smuk en de onzinnige krullerijen, het gekozen tot strijdperk voor zijn dolenden ridder, tegenover den leugenbombast der ridderromannenschrijvers die hij belachen wou. Maar hij heeft niet kunnen ontkomen aan de wet der natuur, die hij zelve leeraart in zijn proloog, dat elke gelijke zijn gelijke voortbrengt, en zoo dolen nu die twee uitingen van zijn hooge persoon, zijn twee gelijken, zijn twee geesteskinderen die hij gevoed heeft met zijn roode hartebloed, door die roode vlakte.

En Cervantes zal niet sterven ook zonder die wet boven

Sluiten