Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedraaid, maar met zorg behaagziek gevouwen en dan met een loopenden matrozenknoop onder het strottenhoofd

^Dadelijk was hij thuis en neêrgevallen op zijn stoeltje.

— „Waar is je pet?"

Hier."

— Als een oud vel en dichtgevouwen in vieren kwam

he!_d'"k Heb^ard geloopen, begon hij te liegen met een hik, „want 't was al laat; we hebben veel lol gehad, we waren wel met zijn twintigen jongens .. • • he ..... die heeren die hebben altijd de tijd, ze hebben me lang laten wachten,^wel.... wel.... drie uren. e me opzoeken in de boeken, wanneer ik geboren was, ziet u. Nou weet ik 't meteen,... mijn ouwe vrouw wou * nooit zeggen, dan hoeft ze niet te trakteeren a ) g

ben ziet u.... maar nou weet 'kt den zeuvenen-

twintigste Mei van het jaar een en zeuventig....

u nou hoe oud of ik ben? Nee?.... achttien....

de heeren hebben 't gezegd, van t jaar een en "uven-

tig een mooie leeftijd ... r as 't m'n ouwe maar wou

dan ging ik naar zee, naar den Oost... - maar k ben al twee keer teruggehaald .... m n moeder gee

an één keer was ik in Harderwijk. Je kan teugens-

woordigs niks meer doen, wat zeg ü nou.... maar 1 word toch afgekeurd, ik heb een springaar in mijn oog, hier in mijn rechter een springaar".... .

Dat beloofde wat. Het geslenter van den ochtend, het de-held-zijn van een troep wilde jongens, allen dapper omdat ze zich hadden aangegeven voor den soldatendienst, het schetteren onder elkaar over oost en zee en mooie kleêren, het getrakteer, het telkens er nog eentje pakken, het luidruchtig geboemel van jeneverkroeg naar jeneverkroeg, had hem losgemaakt in het geon den winter en het leven in hem wakker gegeeseld.

En hij was dien middag onwederstaanbaar. UelijK net

«

Sluiten