Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruis op de lippen van een bezetene, borrelde het leven over zijn lippen : het spoog uit zijn oogen, het schuimde in zijn mond, het leefde uit zijn losgeraakte armen en beenén; met zijn handen, niet lui meer, begeleidde hij tn de lucht zijn vaag gevisionneer. En in het opgeblazen durven, in het zelfgevoel van zijn dapperheid was hij aan 't tabakspruimen begonnen .... „een man mot kenne pruimen wat zegt ü nou, ja.... want wie geen slokk e fust dat 's geen kerel.".... En hij stond half te kauwen of dan weêr de heete pruim in zijn mond heen en weêr te gooien; er kwam een klein vies optrekken van het wangenvleesch om de neusvleugels, de mond viel een beefje open, want 't overvloedige sap kwelde hem en kwijlde zijn mond vol. Dan liep hij van zijn plaats in 't fatsoensbegrip van bij een heer niet °P e planken te mogen kwalsteren en hij spoot het t.usschenf zijn scherpe tanden door sissend in den kachelbak, o wél, dikwijls als hij niet durfde wegloopen van zijni plaats slokte hij met een weêrstrevend gewring van zijn heele keel het bittere sap naar onder.

* Zoo ging de middag voorbij, van werken geen isprake , telkens bovendien liep ik even kijken naar de k.sten in de spanning van het wachten op haar sterven. Zijn luidruchtigheid ging heel veel over mijn hoofd heen, ik was

m DuTdeeï'hijwa" ie'wilde ^met zijn wildebeesteninstinkt voelde hij dat hij de baas was; de enkele malen dat ik hem verbood, lachte hij slim of hield zich „sentimenteel; maar dan rommelde op den zolder weer zijn genot rond en zijn luidruchtige pretstem kletste voort; hij rakelde al zijn kennis en kunstjes bij elkaar, opsnoevend tegeri zich zeiven bedacht hij nieuwe dingen, om mijn aandacht te hebben, om het werken, het stilstaan te ontkomen.

Hii keerde een brandend stompje sigaar met zijn lippen in den mond om en rookte met het vuur naar binnen, en flapte het dan weer zijn natte lippen uit, en trok en

Sluiten