Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haalde met hol ingezuig van zijn elastieke wangen het natte en half uitgedoofde eindje weêr in rooden brand. Hij beet een cent door midden, het koper knauwend en wringend tusschen de klem van zijn wreede tanden. Hij maalde een stuk kool uit de kachel fijn, knersend liep

het zwarte sap zijn mondhoeken uit. O maar hij kon

nog wel wat anders.... Hij begon omgekeerd over den zolder te loopen, zijn handen met gesloten vingers als van een aap, plat op den grond, de beenen knieknikkend in de hoogte spartelend, het vuile jasje als een ja afhangend om zijn kop en handen. En daarna nam hij een stuk papier „pampier, genogt en vouwde het in wei vijftig repen, langzaam, geduldig, als was het een gew ic g iets, precies, en begon toen: „kijkt u" er mee te draa'en en te wringen, het uit te klappen en dicht te slaan, het te rimpelen en te plooien tot allerlei figuren^ als een volleerd goochelaar. Met een zeurige, weenerige stem begon hij er een lesje bij op te zeggen, dadelijk terugvind in den juisten toon: „Dat is voor 't eerst, Heeren en Dames, een kleine hand-harmonica," lijmde en zong zijn kermis stem als stond hij midden op de markt onder een hoop kijkers, of voor een deftig huis met veel kinderen om zich in een wijde straat. Figuur na figuur kwam en wrong hij van 't papier, dingen met stompe gelijkenis aan de dingen die zij verbeelden moesten. „Dat is een trap om meê naar bóven toe te gaan; kijk nou draaitr ie, <dalris een kerkraam.... en dat een kokarde die de heeren postiljons op de hoeden dragen en dat een ster voor koningen en kèizers. Dat is een zonnewaaier om tt: verkoelen en dat een epoulet die de heeren officieren

op de schouders dragen Dat is een klein schilderhuisje en dat een wijnglas waar de heeren graag sjam-

panje uit drinken en dat een kanapee en da^

voetenbankje en dat een kinderenwieg, Suja.... buja ....

Het stijve papier ratelde tusschen zijn vingers, frommelend en friemelend en knijpend en rekkend: „ziet u t pam-

Sluiten