Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arturo was uit hen geboren. Maar men nam in 't huis niet veel notitie van hem. Frasquito had den schilder al gauw verteld dat hij onder de plak zat, en dat hij een zwakke man was en dat die vrouw zijn geheele gestel had ondermijnd. Maar zonder die inUchting had de vreemdeling zelf veel kunnen zien- alle dagen hoorde hij het paar twisten en het stemmetje van den telegrafist ondergaan in het forsch-ademend gepraat der padrona. De heeren aan tafel maakten onder elkaar gekheid om 't geval. Don Juan wist zeker dat zij van Arturo genoeg had, Doctor Avilar goed aankeek, maar die zou zich wel niet zoo gauw laten inpalmen ... och wat een vrouw was altijd sterker dan een man... en Consuela, haar dochter.... maar die was ook met zoo onnoozel'als ze er uitzag.... had Don Rafael> niet «zjen dat ze zich door den brievenbesteller op den mon<d luït kussen achter de deur. En ze vonden dien altijd lezenden schilder „demasiado franco,"'*) niet beleefd genoeg, vervelend, en „bruto como todos los temperamentos del

Nnrte " , , .

Doch op een goeien dag had de vreemdeling zich in

eens met een kort gezegde in hun spreken gemengd, waren er beteuterd een oogenblik van, verlegen dat hij hun gesprek begreep, verbaasd, waar hij toch> Ca^amb que cabeza'5) dat Spaansch vandaan gehaald had. Dr. Avilar had plots opgekeken toen boven zijn krant vandaan en geschaterd had hij van uit zijn zwarten snorbaard met een ongewoon kort harden lach. Na dien tijd werd de schilder ontzien en was het ijs gebroken; Frasquetito vooral, beschaamd geworden, noemde hem nu zijn „an g 8 de uitspraak van moeielijke Fransche woorden, deed zijn best te bevallen, was niet zoo snaaksch meer jegens den

VrDem gezelligheid in den eomedor werd ielkens grooter,

') Te vrij. , „

3) Grof als alle Noordsche temperamenten.

3) wat een hoofd.

Sluiten